Algemeen

De Noorse Boskat komt van oorsprong uit Scandinavië. In sommige gebieden van Noorwegen en Zweden komen deze katten nog steeds in het wild voor. In de vroege jaren dertig van de vorige eeuw raakten steeds meer mensen geïnteresseerd in deze ‘kat-lynxen’. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de Noorse Boskat opnieuw in de belangstelling. In 1977 is deze kat officieel als internationaal kattenras erkend. Een Noorse Boskat wordt gemiddeld twaalf jaar oud.

Beweging en activiteit

De Noorse Boskat is een actieve kat die tot op hoge leeftijd speels blijft. Deze dieren kunnen weliswaar als binnenkat gehouden worden, maar vinden het ook erg prettig om naar buiten te kunnen.

Al deze informatie kan gevonden worden op www.licg.nl

Uiterlijk

De Noorse Boskat is een lange en krachtig gebouwde kat die gemiddeld groter is dan de huiskat. Het is een halflangharig ras, met een wollige ondervacht en een glanzende waterafstotende bovenvacht die bestaat uit lang en grof haar. De Noorse Boskat heeft kenmerkende pluimpjes op en uit de oren. De vorm van de kop is driehoekig, waarbij alle kanten even lang zijn. Verder hebben deze katten verhoudingsgewijs grote ronde voeten met lange haren tussen de voetkussentjes.

Zeker in de winter ziet dit ras er imposant uit door de dikke vacht en de dikke pluimstaart. De kat heeft dan een bef, volle kraag en knickerbockers (“broek”, aan de achterpoten). In de zomer verliest de Noorse Boskat zijn kraag en het grootste gedeelte van de ondervacht, maar de staart is in de zomer nog steeds langharig en daardoor duidelijk herkenbaar. In de herfst groeien kraag en ondervacht weer aan zodat de kat ’s winters weer helemaal in vacht is.

Dit ras komt in allerlei kleuren voor. Niet-toegestane kleuren zijn de zogenaamde Siamese (pointed) aftekeningen en de kleuren chocolate, lilac, cinnamon en fawn. De katten kunnen effen van kleur zijn, maar bijvoorbeeld ook gestreept, gemarmerd of gevlekt zijn. Witaftekeningen en alle oogkleuren zijn toegestaan. Noorse Boskatten groeien langzaam en zijn pas na drie tot vijf jaar volledig uitgegroeid. Een poes weegt dan gemiddeld vier kilogram, katers zijn zwaarder en kunnen zelfs meer dan 6,5 kilogram wegen. De volledige rasstandaard kunt u vinden bij de overkoepelende organisatie Fédération Internationale Féline (FIFe).